Terreur, hoe leg je dat uit aan je kind?

on 24/03/2016 Blog with 0 comments

terreur
De hele wereld is opnieuw geschokt door de gruwel van de aanslagen in Brussel. Ook onze kinderen. In tijden waarin het internet alomtegenwoordig is, is het onvermijdelijk dat ook zij in contact komen met de beelden van de aanslagen. Maar hoe leg je zulke gruweldaden uit aan je kind? En hoe neem je hun angst weg als je eigenlijk zelf bezorgd bent?
Ga het onderwerp niet uit de weg, maar overschat ook niet welke informatie je kind aan kan. Kinderen van verschillende leeftijden zullen op verschillende manieren met omgaan met de aanslagen. Kleuters zullen anders reageren dan kinderen van de basisschool en adolescenten, bij wie nu misschien ook verhitte discussies kunnen ontstaan over religie en geweld. Het is dan ook essentieel om je uitleg aan te passen aan de leefwereld van kinderen en jongeren.

Kleuters
Kleuters leven in een sprookjeswereld waarin alles een spelletje is, alles in hun wereld is gemaakt door de mens, en diezelfde mens kan ook alles oplossen. Is er een hartje kapot? Dan steekt de man met de stethoscoop er wel een nieuw hartje in. Deze aanslagen rijmen echter helemaal niet met dat wereldbeeld, en zij hebben dan ook veel hulp nodig om de gebeurtenissen een plaats te kunnen geven. Voor hen is het simpel: sluit de winkel waarin bommen en geweren worden verkocht en het probleem is opgelost.
Kleuters hebben vooral moeite met abstractie maken. Als het in Brussel gebeurt, kan het ook bij hen thuis gebeuren of op school. Voor hen voelt het alsof er op de hoek van hun straat ook terroristen wonen. Iemand die een donkere huidskleur heeft, handschoenen draagt en een baard heeft, zal wel een terrorist zijn. Leg hen dus goed uit wat er gebeurd is, maar benadruk dat het hier niet zomaar ook ineens zal voorvallen – want de hond waakt er wel over dat terroristen op afstand blijven – om zo die angst weg wat te verdunnen. Daarnaast hebben kleuters ook heel sterk de neiging om te veralgemenen. Voor hen is iedere terrorist dezelfde en zo kan ook iedereen met een geweer, die niet als een soldaat gekleed is, een terrorist zijn. Hetzelfde gebeurt met een abstract begrip als terrorisme. Leg uit dat die vluchtelingen uit Syrië of hun nieuwe buitenlandse klasgenootje niet automatisch terroristen zijn omdat ze uit Syrië komen of een hoofddoek dragen.

Basisschool
Kinderen op de basisschool bevinden zich in de pre-operationele fase. Ze geloven stilaan niet meer in Sinterklaas en sprookjesverhalen en hun vermogen tot abstract denken neemt toe. Ze zullen dus beter in staat zijn om de aanslagen te begrijpen, maar hebben daar ook hulp bij nodig. Basisschoolkinderen hebben vooral heel veel duidelijke en concrete informatie nodig hebben om dit te kunnen verwerken. Ze zullen dan ook erg veel concrete vragen stellen, wat al eens schokkend kan overkomen voor volwassenen. Bijvoorbeeld vragen als ‘hoe ver vliegen de stukken van je lichaam als er een bom ontploft’ of ‘hoe voelt het als er een kogel door je been gaat’. Ga die vragen echter niet uit de weg.
Probeer aan te voelen aan welke informatie je kind nood heeft. Leg net zoals bij kleuters in grote lijnen uit wat er gebeurd is: Wat is terreur? Waarom doen mensen dat? Moeten we nu allemaal bang zijn? Maar laat het gesprek daarna ook verder afhangen van de vragen die je kind stelt. Ga geen details uit de weg om je kind af te schermen, zij hebben die concrete informatie nodig om hun angst te kunnen begrijpen. Op heel wat website staan tips voor ouders en leerkrachten, maar het is nu ook nodig om meer specifiek te zijn in ‘wat zeg je echt tegen je kind en hoe’. Een goede verwijzing daarnaar is beschikbaar op de website van Ketnet waarop duidelijk wordt gemaakt dat ernstige dingen over terrorisme ook moeten kunnen afgewisseld met meer ludieke activiteiten en dat het echt niet verkeerd is indien kinderen zich ineens vermommen als terrorist en er een spelletje van maken. Zo drukken ze ook uit wat ze ervaren.

Adolescenten
Tieners en adoloscenten zijn groter en kunnen meer abstractie maken, maar ook zij hebben een heel specifiek wereldbeeld. Iedere adolescent denkt dat er voor hem of haar iets speciaals is weggelegd op deze wereld, dat ze een speciale roeping hebben. Aanslagen zoals nu in Brussel en Parijs tasten dat wereldbeeld aan. Ze voelen zich verweesd, zoeken vooral veel steun bij elkaar op sociale media en moeten opnieuw referenties vinden. Op zoek naar voorbeelden en nieuwe idolen is het belangrijk dat ze daarbij de juiste keuzes maken.
Adolescenten krijgen op school en in de media te horen dat onze maatschappij verandert, dat oorlog nu een deel uitmaakt van de samenleving en dat maakt hen bang, terwijl ze wel graag ‘cool’ willen overkomen. Leg hen uit dat dit niet automatisch betekent dat er een derde wereldoorlog zit aan te komen, en voer een volwassen en rationeel gesprek over hun angsten. Het is niet zo dat aan onze grenzen een heus terroristenleger staat te wachten.

Wat mag je niet doen?
Kinderen komen in onze huidige multimediale samenleving hoe dan ook in contact met de beelden van de terreuraanslagen in Brussel. Probeer je kind niet af te schermen van deze informatie. Het is niet alleen zinloos, je vergroot er ook de angst mee. Dat wil niet zeggen dat je continu het journaal moet laten aanstaan, maar maak het onderwerp bespreekbaar en geef hen zoveel informatie als ze nodig hebben.
Laat het onderwerp ook niet aanslepen. Niet alle kinderen zullen uit zichzelf komen vertellen dat ze bang zijn. Wees alert voor de signalen en spreek er zelf je kind op aan. Jonge kinderen hebben vaak ‘buikpijn’, dus als je kind uit bed naar beneden komt en vertelt dat het niet kan slapen van de buikpijn of bang is, vraag dan gewoon even door: Waaraan denk je? Ben je bang? Dan zal het hele verhaal wel boven komen.
Laat vooral je eigen angst niet de bovenhand nemen. Als je zelf bang bent, kan je dit zeggen aan je kinderen, maar moet je zeker benadrukken dat het samen wel zal gaan. Vriendschap en liefde zijn veel sterker dan haat.

Erik De Soir & Lies Scaut